Humortje.nl
  (c) C. Postma
pragt.info CMS III    

Een moraal is een achterliggende gedachte in een verhaal. Deze achterliggende gedachten worden in elk soort literatuur gebruikt maar worden op een niet directe manier aan de mensen doorgegeven. Deze achterliggende gedachten worden vaak ingewerkt in het verhaal en is op het eerste zicht vaak niet te herkennen, alleen als je het verhaal ontleedt.

  •Woorden in het zand   •Twee wolven
  •Wie goed doet...   •Tekens van rijkdom
  •Het gewicht van vertrouwen   •De vlinder
  •De echo van het leven   •Wat is geluk?
  •De steenhouwer   •De meester en de stenen
  •"Dit is goed!"   •De kunst van het loslaten
  •Steken onder water   •Een schilderij van vrede
  •De drie zeven   •"Ik zal het proberen"
  •De vrouw   •De schoenen van Ghandi
  •Voedsel voor de ziel   •De kleur van waarheid
  •De prijs van liefde   •Het paard van Troje
  •De speld in de hooiberg   •Spiegelen
  •Het mooiste cadeau   •Wat je ook doet
  •Zelfbeheersing   •Twee zaadjes
  •Een alpinist   •Een schipper
  •Twee monniken en een vrouw   •Eerlijk delen
  •De kruik die stuk was  
Woorden in het zand
Twee vrienden lopen in de woestijn. Op een gegeven moment krijgen ze ruzie en de ene vriend slaat de ander in zijn gezicht. De vriend die wordt geslagen wrijft over zijn gezicht, gaat zitten en schrijft in het zand:
'Vandaag sloeg mijn beste vriend mij in mijn gezicht.'

Gezamenlijk lopen ze verder. Na een uur komen ze bij een oase. De vrienden lessen hun dorst en nemen een bad in het verkoelende water. Als hij weer uit het water wil stappen, raakt de vriend die eerder geslagen werd in het drijfzand. Zijn vriend snelt toe en redt hem van de verdrinkingsdood. Nadat hij hersteld is van de wisse dood die hij voor zich zag, schrijft de vriend op een steen:

'Vandaag heeft mijn beste vriend mijn leven gered.'

De ander ziet wat zijn vriend aan het doen is en vraagt verbaasd: "Nadat ik je sloeg schreef je in het zand. Nu ik je gered heb, schrijf je op steen. Waarom doe je dat?"

De vriend antwoordt: "Wanneer iemand je kwetst en je schrijft het in zand, dan zal de wind van vergeving het uitwissen. Als iemand iets goeds voor je doet, zou je het in steen moeten schrijven. De wind kan het dan nooit uitwissen."

De moraal van het verhaal: leer je pijn in het zand te schrijven en beitel de mooie dingen in je leven in steen.
Twee wolven
Een oude Cherokee indiaan geeft zijn kleinzoon onderricht over het leven.
"Binnen in me is een gevecht gaande", zegt hij tegen de jongen.

"Het is een afschuwelijk gevecht tussen twee wolven. De ene wolf is slecht - hij bestaat uit woede, jaloezie, verdriet, spijt, hebzucht, verwaandheid, zelfmedelijden, schuldgevoelens, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots, superioriteit en ego.

De andere wolf is goed - hij is vreugde, vrede, liefde, hoop, kalmte, nederigheid, vriendelijkheid, welwillendheid, medegevoel, vrijgevigheid, waarheid, compassie en geloof. Binnen in jou woedt dezelfde strijd - en datzelfde geldt voor ieder mens."

De kleinzoon denkt daar enkele ogenblikken over na en vraagt dan aan zijn grootvader: "Welke wolf zal het gevecht winnen?"

De oude Cherokees glimlacht en antwoordt eenvoudig: "Degene die je voedt."
Wie goed doet...
Zijn naam was Fleming, en hij was een arme Schotse boer. Op een dag hoorde de boer hulpgeroep uit een moeras. De boer rende er op af en trof in het moeras een doodsbange jongen aan, die inmiddels tot zijn middel in de blubber was weggezakt.

Boer Fleming wist de jongen met een touw heelhuids uit het moeras te trekken en hem zo voor een waarschijnlijke dood te redden. De volgende dag klopte een deftig uitziende heer aan bij de boerderij van Fleming. Hij stelde zich voor als de vader van de jongen die de boer gered had.

"Ik wil je een beloning geven", zei de man. "Je hebt het leven van mijn zoon gered." "Sorry, maar ik wil geen geld hebben", antwoordde de boer. "U zou hetzelfde gedaan hebben."

Op dat moment kwam de zoon van de boer bij de deur staan. "Is dat jouw zoon?", vroeg de deftige edelman. "Dan heb ik een goed voorstel. Laat mij het onderwijs van jouw zoon betalen. Ik zal ervoor zorgen dat hij hetzelfde onderwijs onderwijs krijgt, als mijn eigen zoon. Hij zal zonder twijfel opgroeien tot een man waar we allebei trots op kunnen zijn."

Aldus geschiedde. De zoon van boer Fleming kreeg onderwijs op de beste scholen en studeerde af aan de St. Mary's Hospital Medical School in London. Later werd hij wereldwijd bekend als Sir Alexander Fleming, de ontdekker van penicilline.

Jaren later werd de zoon van de edelman getroffen door longontsteking. Raad eens wat hem het leven redde? Penicilline.

Wat was de naam van de edelman? Lord Randolph Churchill.

Wat was de naam van zijn zoon? Winston.
Tekens van rijkdom
De vader van een welgestelde familie nam zijn zoon op een dag mee voor een reis over het platteland. De man had het vaste voornemen om zijn zoon te laten zien hoe rijk en hoe arm mensen kunnen zijn. De man en zijn zoon verbleven een paar dagen op een boerderij van een familie die moeite had om rond te komen.

Toen vader en zoon na een paar dagen weer terugreden naar hun landgoed, vroeg de vader aan zijn zoon wat hij van de afgelopen dagen vond.

"Ik vond het geweldig, vader", zei de zoon.

"Heb je nu ontdekt hoe arm mensen kunnen zijn?" vroeg zijn vader.

"Ja, ik heb veel geleerd", antwoordde de zoon. "Ik zag dat zij vier honden hebben, terwijl wij er maar een hebben. Ik zag dat zij een beekje hebben dat doorloopt tot het eind van de wereld terwijl wij een vijver hebben die maar tot halverwege de oprit komt.

Wij gebruiken lantaarns, terwijl zij iedere nacht naar de sterren kunnen kijken en ons landgoed loopt maar tot aan de weg, terwijl zij de wereld tot aan de horizon hebben. Wij hebben bedienden die voor ons zorgen, terwijl zij voor anderen zorgen. Wij hebben muren om ons landgoed staan om ons te beschermen, terwijl zij vrienden hebben om hen te beschermen."

De vader zweeg verbijsterd. Toen sprak zijn zoon: "Dank je dat je mij hebt laten zien hoe arm we eigenlijk zijn."
Het gewicht van vertrouwen
Een bakker kreeg boter van een boer. In ruil daarvoor kreeg de boer brood van de bakker. Na een tijdje viel het de bakker op dat de stukken boter van de boer steeds lichter werden. De boter zou steeds drie pond moeten wegen, maar het leek iedere keer minder te zijn.

De boer woog de boter op zijn weegschaal. Die gaf hem gelijk en hij klaagde zijn boterleverancier aan bij de rechter. "Uw stukken boter zouden niet het vereiste gewicht hebben", zei de rechter tegen de boer. "Dit stuk zou drie pond moeten wegen, maar het weegt veel minder."

"Dat is uitgesloten, meneer de rechter", zei de boer. "Ik heb het elke keer nagewogen." "Misschien kloppen uw gewichten niet", opperde de rechter.
"Hoezo gewichten?" vroeg de boer stomverbaasd. "Ik heb helemaal geen gewichten. Die gebruik ik nooit." "Maar waar weegt u dan mee als u geen gewichten heeft?", vroeg de rechter.

"Heel eenvoudig", zei de boer. "Ik krijg mijn brood van de bakker en hij krijgt boter van mij. Een brood weegt drie pond dus leg mijn boter links op de weegschaal en een brood rechts en zo weeg ik dat af."
De vlinder
Een man vindt een cocon van een vlinder en neemt deze mee naar zijn huis. Op een dag verschijnt er een kleine opening in de cocon. De man kijkt een paar uur toe hoe de vlinder worstelt om zich door de kleine opening naar buiten te werken.

Het lijkt erop dat het proces niet langer meer vooruit gaat. Het ziet er naar uit dat de vlinder zover gekomen is als hij kan en niet meer verder komt. Dus besluit de man de vlinder te helpen. Hij neemt een schaar en knipt de rest van de cocon open. De vlinder kan zich nu vrij eenvoudig losmaken.

Maar de vlinder heeft een gezwollen lichaam en verfrommelde vleugels. De man verwacht dat de vlinder elk moment zijn vleugels zal uitslaan en het lichaam daarmee ondersteunt. Maar dat gebeurt niet. De vlinder besteedt de rest van zijn leven aan rondkruipen met een gezwollen lichaam en verfrommelde vleugels. De vlinder is nooit in staat te vliegen.

Wat de man in al zijn goedheid niet begreep was dat de krappe cocon en de worsteling die nodig was om door de opening te kruipen, de manier was om de lichaamsvloeistof van de vlinder in de vleugels te pompen zodat de vlinder klaar zou zijn te vliegen als het de vrijheid had bereikt uit de cocon.

Soms zijn worstelingen exact wat we nodig hebben in het leven. Als we onszelf toe zouden staan zonder obstakels door het leven te gaan, zouden we invalide zijn. We zouden nooit zo sterk worden als wat we kunnen zijn.

We zouden nooit kunnen vliegen.
De echo van het leven
Een man en zijn zoon lopen door het bos. Plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt, roept hij "aaahhh". Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen roepen: "aaahhh".

Nieuwsgierig roept de jongen: "Wie ben jij?"
Het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: "Wie ben jij?"
Hij wordt kwaad en roept: "lafaard!", waarop de stem roept: "lafaard!"

De jongen kijkt zijn vader aan en vraagt wat er gebeurt. De man antwoordt: "Let maar eens op" en roept vervolgens: "Ik bewonder jou."
De stem antwoordt: "Ik bewonder jou!"
De man roept: "Jij bent prachtig!"
De stem antwoordt: "Jij bent prachtig!"

De vader legt daarop uit: "De mensen noemen dit een echo, maar eigenlijk is het 'het leven'. Het leven geeft je altijd terug wat jij geeft. Het leven is een spiegel van jouw handelingen. Als je meer liefde wil, geef dan meer liefde. Wil je dat mensen begripvol en respectvol met je omgaan? Geef ze dan begrip en respect. Dit gaat op voor alle aspecten van het leven. Wat je geeft wordt weerspiegeld in wat je terugkrijgt van het leven."
Wat is geluk?
Een boer woont in een arm dorpje. Hij wordt door iedereen beschouwd als rijk, want hij heeft een paard dat hij gebruikt om mee te ploegen. Op een dag gaat het paard ervandoor. Zijn buurman vindt het vreselijk, maar de boer zegt alleen maar: "Wat is pech, en wat is geluk."

Een paar dagen later komt het paard terug. Het brengt ook nog een wild paard mee. Zijn buurman vindt dat de boer veel geluk heeft gehad, maar de boer zegt alleen: "Wat is geluk, en wat is pech."

De volgende dag probeert de zoon van de boer op het wilde paard te rijden. Het paard werpt hem af en de zoon breekt een been. De buurman toont zijn medeleven, maar de boer zegt opnieuw: "Wat is pech, en wat is geluk."

Een week later komen militairen naar het dorp om jonge mannen te recruteren voor de verplichte dienst. De zoon van de boer willen ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. De buurman laat weten dat hij toch wel geluk heeft gehad, maar de boer zegt weer: "Wat is geluk, en wat is pech."

De moraal van het verhaal:
Geluk is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar hoe je er zelf mee omgaat.
De steenhouwer
In China leefde eens een steenhouwer die ontevreden was. Op een dag kwam de steenhouwer langs het prachtige huis van een rijk man.
"Deze man moet enorm machtig zijn. Ik zou wensen dat ik kon zijn als hem", dacht de steenhouwer.

De steenhouwer werd de rijke man. Hij bezat meer rijkdom dan hij ooit had kunnen dromen. Maar al snel kwam er een hoge regeringsbeambte op bezoek, vergezeld door bedienden en geescorteerd door soldaten. Iedereen, rijk of arm, moest een diepe buiging maken voor de stoet.
"Wat is die man machtig", dacht de steenhouwer. "Ik zou willen dat ik die beambte kon zijn."

De steenhouwer werd de beambte. Hij werd rondgedragen in zijn draagstoel, gehaat door de mensen die voor hem moesten buigen en gevreesd vanwege zijn macht.
Het was een hete zomerdag en de steenhouwer voelde zich benauwd in zijn draagstoel. Hij keek op naar de brandende zon en dacht:
"Wat is de zon toch machtig. Ik zou willen dat ik de zon was."

De steenhouwer werd de zon. Hij scheen onbarmhartig over het land, verschroeide akkers en scheen neer op alle mensen. Maar een enorme wolk schoof tussen de zon en de aarde zodat zijn licht het land en de mensen niet meer raakte.
"Wat is die regenwolk machtig", dacht de steenhouwer. "Ik wilde maar dat ik die wolk was."

De steenhouwer werd de regenwolk. Hij overstroomde de akkers en de dorpen. Al snel merkte hij echter dat hij werd weggeduwd door de wind.
"Wat is die machtig. Ik wou dat ik de wind kon zijn", dacht de steenhouwer.

En hij werd de wind. Hij ontwortelde bomen, blies de pannen van het dak en werd gevreesd door iedereen. Maar na een tijdje stuitte hij op iets dat niet meegaf: het was een grote steen, die boven alles uittorende.
"Wat is die steen machtig", dacht hij. "Ik wilde maar dat ik die steen was."

En toen werd hij de steen. Machtiger dan al het andere op de wereld. Tot hij het geluid hoorde van een hamer en een beitel die in de massieve steen stond te hakken.

"Wat zou er nou machtiger kunnen zijn dan ik?", dacht hij.
Hij keek omlaag en zag daar de gedaante van een beeldhouwer.
De meester en de stenen
Een Tibetaanse meester gaf eens een lezing voor een klas economiestudenten. Op zijn bureau stalde hij een glazen vaas en een aantal kiezelstenen. Een voor een deed hij de stenen in de vaas, tot er geen steen meer bij kon. "Is de vaas vol?", vroeg hij aan de klas.
"Ja", oordeelde de klas.

De meester glimlachte en pakte van onder het bureau een pot met grind, die hij in de vaas gooide. Met een beetje schudden verdween al het grind in de vaas. "Is de vaas vol?", vroeg hij aan de klas. "Ja", oordeelde de klas.

De meester glimlachte en pakte van onder het bureau een pot met zand, die hij in de vaas gooide. Met een beetje schudden verdween al het zand in de vaas. "Is de vaas vol?", vroeg hij aan de klas. "Ja", oordeelde de klas.

De meester glimlachte en pakte van onder het bureau een kan water, die hij in de vaas gooide. "Nu is de vaas vol", zei de meester. "Wat kun je hiervan leren?"

Een leerling stak zijn hand op. "Het punt is, dat hoe vol je schema ook lijkt, je kunt er altijd wel wat tussen vrotten."

"Nee", sprak de meester. "Dat is niet het punt. Dit voorbeeld illustreert dat je nooit alles in de vaas had gekregen als je de grote kiezels er niet als eerste in doet. Wat zijn de 'grote kiezels' in jouw leven? Je opleiding? Een ideaal? Tijd met mensen van wie je houdt? Vergeet nooit dat de grote stenen het belangrijkst zijn, omdat het je anders niet lukt."
"Dit is goed!"
In Afrika leefde eens een koning. Al vanaf zijn kindertijd had hij een goede vriend. Die had de eigenschap om alle goede en slechte dingen die hij in zijn leven meemaakte te voorzien van het commentaar: "Dit is goed!"

Op een dag waren de koning en zijn vriend op jacht. De vriend laadde de geweren voor de koning, en de koning schoot op het wild. Bij het laden van de geweren ging wat mis, want toen de koning het geweer aanpakte, schoot hij zijn eigen duim eraf.

De vriend bekeek de duim van de koning eens goed en gaf zijn oordeel: "Dit is goed!" "Nee! Dit is helemaal niet goed", antwoordde de koning en voor straf stuurde hij zijn vriend naar de gevangenis.

Ongeveer een jaar later was de koning weer op jacht. Tot zijn ontzetting werd hij op een gegeven moment omsingeld door een stam kannibalen. Zij namen de koning mee naar hun dorp. Daar bonden ze hem vast op een vuurstapel. Toen viel het een van de kannibalen op dat de koning een duim miste. Bijgelovig als ze waren, aten de kannibalen geen mensen die een ledemaat misten. De koning werd vrijgelaten en weggestuurd.

Thuisgekomen spoedde de koning zich meteen naar de cel van zijn vriend in de koninklijke kerkers. "Je had gelijk. Het was goed dat mijn duim eraf werd geknald."

De koning vertelde de vriend wat hij zojuist had meegemaakt. "Dus nu wil ik jou nederig mijn verontschuldigingen aanbieden omdat ik je zo lang heb laten opsluiten. Het was fout om dat te doen."

"Nee nee, integendeel", antwoordde de vriend. "Het is goed!"

"Man, hoe kun je dat nou zeggen?", brieste de koning. "Hoe kan het nou goed zijn dat je een jaar in de gevangenis hebt gezeten?"

"Nou", antwoordde de vriend. "Als ik niet in de gevangenis had gezeten, dan was ik bij jou geweest."
De kunst van het loslaten
Er liepen eens een oude en een jonge Zen-monnik langs een weg. Op een gegeven moment kwamen ze bij een rivier, die ze moesten oversteken. Op de plek waar de weg en de rivier elkaar kruisten, stond een mooie jonge vrouw in een zijden kimono.

De vrouw vroeg of de monniken haar konden helpen bij het oversteken. De zoude Zen-monnik aarzelde geen moment, nam haar in zijn armen, droeg haar naar de overkant en zette haar daar neer.

Zwijgend vervolgden de monniken hun weg.

's Avonds laat toen ze onderdak hadden gevonden in een tempel kon de jonge monnik zich niet langer bedwingen en vroeg:

"Wij Zen-monnikenmogen ons tijdens onze training niet met vrouwen bemoeien, laat staan aanraken. Waarom heb jij dat dan toch gedaan?"

De oudere monnik antwoordde: "Ik heb de vrouw opgepakt, naar de overkant gedragen, haar daar neergezet en losgelaten. Jij draagt haar kennelijk nog steeds met je mee en hebt haar nog niet losgelaten."
Steken onder water
Een schorpioen staat aan de kant van de rivier. Hij wil naar de overkant, maar kan niet zwemmen. Toevallig zwemt er op dat moment een kikker voorbij.

"Wil jij mij helpen?", vraagt de schorpioen aan de kikker. "Als ik op je rug kan zitten, kun jij mij naar de overkant brengen." "Ben je gek", antwoordt de kikker. "Je zal me onderweg steken en dan ga ik dood."

"Lieve kikker", lacht de schorpioen. "Dat zou toch niet logisch zijn. Als ik zou steken, dan ga jij dood en verdrinken we allebei." "Okee dan", zegt de kikker. "Spring er maar op."

De schorpioen klimt op de rug van de kikker. De kikker is halverwege de overtocht als hij opeens een scherpe steek in zijn nek voelt. Terwijl de wereld om hem heen wazig wordt zegt de kikker: "Wat doe je nu? Je zei zelf dat het niet logisch is wanneer je me zou steken!"

"Logica staat hierbuiten", zegt de spartelende schorpioen. "Het zit in mijn karakter."
Een schilderij van vrede
Er was eens een koning die een grote beloning uitloofde voor die kunstenaar die het best in staat was om op een schilderij vrede uit te beelden. Veel kunstenaars sturen prachtige schilderijen.

Uiteindelijk kiest de koning twee schilderijen uit, waartussen hij een keus wilde maken.

Op het ene schilderij is een rustig meertje te zien. De hoge bergen op de achtergrond worden in het water weerspiegeld en boven de bergen drijft een wolkje.

Op het andere schilderij is een storm afgebeeld. Regen valt omlaag in een kolkende rivier terwijl boosaardige bliksemschichten de hemel verlichten. Maar de koning ziet alleen de vogel die in een struik onder een overhangende rots aan het broeden is.

"Dit", zo spreekt de koning. "Dit is het schilderij dat ik zocht. Vrede vind je lang niet altijd in prettige omstandigheden. Vrede is een kalm hart, midden in de storm van het leven."
De drie zeven
Socrates, de Griekse wijsgeer, liep eens door de straten van Athene. Plotseling komt een man opgewonden naar hem toe. "Socrates! Ik moet je iets vertellen over je vriend die..."

"Ho eens even", onderbreekt Socrates hem. "Voordat je verder gaat. Heb je het verhaal dat je mij wilt vertellen gezeefd door de drie zeven?"
"De drie zeven? Welke drie zeven", vraagt de man verbaasd.
"Laten we het proberen", stelt Socrates voor.

"De eerste zeef is de zeef van de waarheid. Heb je onderzocht of het waar is wat je mij vertellen wilt?" "Nee, ik hoorde het vertellen en..."

"Ah juist! Dan is het toch zeker wel door de tweede zeef gegaan? De zeef van het goede? Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?"
Aarzelend antwoordt de man: "Eeeh nee, dat niet. Integendeel..."

"Hm", zegt de wijsgeer. "Laten we dan de derde zeef gebruiken. Is het noodzakelijk om mij te vertellen wat jou zo opwindt?" "Nee, niet direct noodzakelijk", antwoordde de man.

"Welnu", zegt Socrates glimlachend. "Als het verhaal dat je vertellen wilt, niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, vergeet het dan en belast mij er niet mee."
"Ik zal het proberen"
Een goeroe raadde zijn studenten aan om drie keer per dag te mediteren. De meeste van zijn volgelingen keken hem ernstig aan. Hun commentaar was bijna gelijkluidend: "Ik zal het proberen."

De goeroe knikte ernstig en terwijl hij terug liep naar zijn zitplaats, viel het boek dat hij onder zijn arm had op de grond. Verstoord draaide hij zich om, bukte voorover, reikte naar het boek, maar greep er tien centimeter naast. Keer op keer greep hij vergeefs naar het boek.

Zijn studenten keken hem verbijsterd aan. "Probeer jij het ook eens", daagde de goeroe een van hen uit. De student liep naar het boek, boog voorover, pakte het boek en gaf het aan zijn goeroe. Die sloeg boos het boek uit de handen van de student en zei:

"Ik vroeg je niet het boek op te pakken, ik vroeg je alleen om het te proberen!"
De vrouw
Toen God de vrouw schiep was Hij al zes dagen aan het werk. Er verscheen een engel die zei: "Waarom spendeert u zoveel tijd aan dit model?"

En de Heer antwoordde: "Heb je al gezien aan welke voorwaarden ze moet voldoen? Ze moet helemaal te wassen zijn, 200 beweegbare delen hebben die allemaal te vervangen zijn, een schoot hebben waar vier kinderen op kunnen zitten, een kus die alles kan genezen, van een geschaafde knie tot een gebroken hart EN ze mag maar een paar handen hebben."

De engel was overweldigd door alle voorwaarden: "Een paar handen! Niet te geloven! En dat is het standaard model? Dat is teveel werk voor 1 dag. Neem op z'n minst morgen erbij om het af te maken."

"Maar dat gaat niet," zei de Heer. "Ik ben bijna zover, ik heb deze creatie die zo dicht bij mijn hart ligt bijna afgerond. Ze geneest zichzelf als ze ziek is EN werkt 18 uur op een dag.

"De engel kwam dichterbij en raakte de vrouw aan. "Wat heeft U haar zacht gemaakt Heer." "Ze is zacht" zei de Heer, "maar ik heb haar ook hard gemaakt. Je hebt geen idee wat zij kan doormaken of voor elkaar kan krijgen."

"Kan ze ook nadenken?" vroeg de engel. De Heer antwoordde: "Ze kan niet alleen nadenken, ze is ook in staat om zaken te beredeneren en te onderhandelen."

Toen viel de engel iets op, hij raakte de wang van de vrouw aan."Oeps, ik geloof dat deze lekt! Ik zei toch dat u er teveel instopte."

"Dat is geen lekkage," corrigeerde de Heer "dat is een traan. De traan is haar manier om uiting te geven aan haar vreugde, haar leed, haar pijn, haar teleurstellingen, haar liefde, haar eenzaamheid, haar droefheid en haar trots."

De engel was onder de indruk. "U bent geniaal, Heer. U heeft aan alles gedacht! De Vrouw is werkelijk ongelooflijk. "En dat is ze!"
De schoenen van Ghandi
Mahatma Ghandi stapt op een dag op de trein in India. Terwijl hij instapt, verliest hij een van zijn schoenen. De schoen belandt vlak naast het spoor.

Omdat de trein begint te rijden, kan Ghandi zijn schoen niet meer pakken. Kalm doet hij ook zijn andere schoen uit en gooit die beheerst naar de andere schoen. Hij landt er vlak naast.

Een medepassagier vraagt Ghandi verbaasd waarom hij dat doet.

Ghandi glimlacht. "De arme man die mijn verloren schoen langs het spoor vindt, vindt nu een paar dat hij kan gebruiken."
Voedsel voor de ziel
Het was in het Wilde Westen. Twee cowboys en een Navajo-indiaan zijn de hele dag bezig met het opdrijven van koeien.

Aan het eind van de dag hebben de cowboys het er met elkaar over dat ze honger hebben. Samen dromen ze over de uitgebreide maaltijden die ze gaan eten wanneer ze eindelijk bij een stadje zijn aangekomen.

Een van de cowboys vraagt de indiaan of hij geen honger heeft. De indiaan haalt zijn schouders op. "Nee, ik heb geen honger."

Een uur bereiken de drie een stadje. Terwijl ze in een restaurant zitten te eten, zien de cowboys dat de indiaan het ene na het andere bord volschept.

"Hoe kan dat nou", zegt een van de cowboys. "Nu eet je alsof je dagen niet gegeten hebt, terwijl je een uur geleden nog zei dat je geen honger had."

De indiaan kijkt de cowboys kauwend aaan. Dan zegt hij: "Het was niet slim om op dat moment honger te hebben. Een uur geleden was er geen eten."
De kleur van waarheid
Een Oosterse, wijze leermeester ging eens met zeven leerlingen een ochtendwandeling maken, terwijl de dauw nog over het land lag. Na enige tijd brak de zon door en de dauwdruppels schitterden dat het een lieve lust was!

Bij een grote dauwdruppel liet de oude meester halt houden. Hij schaarde zijn leerlingen zodanig rondom de druppel dat de zon erop bleef schijnen en vroeg hen welke kleur de druppel had.

"Rood," zei de eerste.
"Oranje," zei de tweede.
"Geel," zei de derde.
"Groen," zei de vierde.
"Blauw," zei de vijfde.
"Paars," zei de zesde.
"Violet," zei de zevende.....


Ze stonden verbaasd over de verschillen en omdat ze allemaal zeker waren van de kleur die de druppel had, ontstond er bijna ruzie. Toen liet de oude meester hen enige keren van plaats wisselen. En heel langzaam drong het tot hen door dat, ondanks de verschillen in hun waarneming, ze toch allemaal de waarheid hadden gesproken.

Nadat er zo enige tijd verstreken was, liet de oude meester hen weer hun oorspronkelijke plek innemen. Maar omdat intussen de zon gedraaid was, kaatsten er weer heel andere kleuren terug vanaf de grote dauwdruppel. En de meester sprak:

"Hoe u de waarheid ziet, hangt af van de plaats en de tijd die u in het leven inneemt, zoals u daarnet een deel van het licht hebt gezien en dat voor de waarheid aanzag...

Laat uw medemensen in volle vrijheid hun eigen weg bewandelen, hun eigen plaats innemen en hun eigen deel van het licht waarnemen. U heeft allemaal waarheden nodig, want alle tezamen vormen zij het werkelijke spectrum als geheel; de volle waarheid...

Tot u zelf een van de groten bent geworden en de zeven kleuren als ??n kunt waarnemen, zal ieder afhankelijk van zijn situatie een ander standpunt innemen en de waarheid op een andere manier zien...

Wees daarom niet alleen tolerant, want dat is slechts het duiden van andermans mening, maar wees zelfs blij dat er andere meningen zijn. Zolang u zelf nog niet het volle licht kunt zien, heeft u uw medemens als medeleerling nodig om de volle waarheid te leren kennen."
De prijs van liefde
Een boer had enkele jonge hondjes die hij nog moest verkopen. Hij schilderde een advertentie op een bord met: 4 puppies te koop en zette dit aan het begin van zijn erf aan de kant. Net toen hij de laatste spijker in het bord sloeg werd hij aan zijn overal getrokken. Hij keek naar beneden in de ogen van een kleine jongen. "Meneer" zei de jongen, "Ik wil een van uw puppies kopen". "Wel", zei de boer, terwijl hij met zijn hand achter in zijn nek wreef, "deze puppies hebben hele goede ouders en kosten aardig wat geld". De jongen liet voor een moment zijn hoofd hangen. Toen reikte hij diep in zijn broekzak en haalde een handvol kleingeld voor de dag en liet het aan de boer zien. "Ik heb 39 cent. Is dat genoeg om te kijken?" zei de jongen. "Zeker", zei de boer en hij floot een deuntje. "Dolly !", riep hij. Uit het hondenhok en over het erf rende Dolly naar de boer toe gevolgd door 4 kleine bolletjes wol. De kleine jongen drukte zijn gezicht tegen het hek. Zijn ogen straalde van verrukking.Terwijl de honden naar het hek toe kwamen rennen, zag de jongen nog iets bewegen in het hondenhok.
Langzaam verscheen er nog een bolletje wol, maar deze was zichbaar kleiner dan de andere hondjes. Op zijn achterpootjes gleed het bolletje het hok uit en op een wat onhandige wijze begon het hondje vooruit naar het hek te hobbelen terwijl het zijn best deed de andere hondjes bij te houden. "Ik wil die hebben", zei het kleine jongetje, terwijl hij naar waggelende hond wees. De boer knielde naast het jongetje neer en zei: "zoon, je wil dat hondje echt niet. Het is nooit in staat om te rennen of te spelen zoals de andere hondjes kunnen". Toen deed de jongen een stap naar achteren, reikte naar beneden en begon een broekspijp op te rollen. Terwijl hij dit deed werd een stalen beugel zichtbaar aan beide zijden van het beentje van de jongen die vastgemaakt zaten aan zijn speciaal gemaakte schoentje. De boer aankijkend zei hij: weet u meneer, ik kan zelf ook niet zo goed rennen en hij heeft iemand nodig die hem begrijpt". Met tranen in zijn ogen reikte de boer naar beneden en pakte de kleine puppie op. Hij hield het heel voorzichtig vast toen hij de puppie aan de kleine jongen gaf. "Hoeveel kost het?" vroeg de kleine jongen. "Niets, het is gratis", zei de boer. "Er is geen prijs voor liefde".
Het paard van Troje
Het verhaal begint met de drie godinnen Hera, Athena en Afrodite. Deze vroegen de Trojaanse prins Paris de mooiste onder hen te kiezen. Afrodite won deze weddenschap door Paris de liefde van een supermooie vrouw te beloven.

Paris zeilde naar Griekenland waar hij gastvrij werd onthaald door Helena, de vrouw van de Spartaanse koning Menelaos. Volgens de Griekse legende was Helena de mooiste vrouw van de wereld. De mooie Helena was gelukkig getrouwd maar liet zich onder de invloed van de godin Afrodite overtuigen om met Paris naar de stad Troje te gaan. Dit was de beloning voor Paris van de godin Afrodite.

De boze bedrogen koning Menelaos trommelde alle Griekse koningen op en zeilde met een leger van wel duizend schepen, zijn vrouw achterna waarna een negenjarige belegering van de stad Troje zou beginnen.

Na negen jaar vergeefse belegering werd Troje ingenomen dankzij een sluwe list. De Grieken bouwden een groot houten paard waarin ze een aantal soldaten verborgen. Deze lieten ze buiten de stad achter waarna ze deden alsof ze zich terug trokken naar hun schepen. De Trojanen geloofden dat de Grieken het paard gebouwd hadden als eerbetoon voor hun moedig verzet.

Tijdens het feest ter ere van het einde van de belegering haalden de Trojanen in een dolle feestvreugde het paard binnen de muren van hun stad. Die nacht verlieten Griekse krijgers de houten buik van het paard en brandden Troje plat.

Afrodite liet daarna Paris ontkomen in een wolk en Helena keerde met haar man Menelaos weer terug naar Sparta. Maar de goden waren boos door alles wat was voorgevallen en hun terugtocht duurde jaren. Helena en Menelaos leefden daarna nog lang en gelukkig.


In dit verhaal zit meer dan 1 moraal zoals het manipuleren in de liefde, overspel en te goed vertrouwen.
De speld in de hooiberg
De speld in de hooiberg was heel trots op zichzelf en zei tegen iedereen die het wilde horen, ik ben die speld in de hooiberg waar iedereen het altijd over heeft. Op een dag had de hooiberg genoeg van die eeuwige opschepperij.
De speld was wel belangrijk, maar dat gold ook voor de hooiberg.
Dus besloot de hooiberg om er vandoor te gaan en de speld in zijn sop gaar te laten koken.
Arme speld, hij was geen speld in een hooiberg meer maar gewoon een doodordinaire speld, zoals er zoveel waren.
De nuttige gedachte achter dit verhaal is, je moet je nooit als een speld in een hooiberg voelen als je niet heel goed beseft dat je alles in je leven aan die hooiberg te danken hebt.
Spiegelen
Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren.
Plotseling zag hij veel honden, en hij werd woedend, liet zijn tanden zien en gromde.
Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun tanden zien en gromden.
De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij eindelijk in elkaar stortte.
Had hij maar eenmaal met zijn staart gekwispeld, dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke gebaar teruggegeven.
Het mooiste cadeau
Enkele jaren geleden strafte een vader zijn driejarig dochtertje, omdat zij overbodig gebruik had gemaakt van mooi verguld papier. Geld was er niet in overvloed en hij kon niet verdragen dat zij dit duur papier gebruikte om een cadeautje in te pakken en onder de kerstboom te leggen.
De volgende morgen bracht het kindje het verguld cadeautje naar haar vader en zei: "Hier, papa, voor jou !"
Met stomheid verslagen en aangegrepen door het voorval, bekloeg de vader zich zijn sterke reactie van de dag voordien. Het dochtertje aanvaardde zijn excuses maar al te graag.
Hij opende de doos, maar ontdekte dat er in de doos helemaal niets inzat. Hij schreeuwde naar haar: "Weet je dan niet dat het heel wreed is om iemand een leeg cadeau te geven, er moet altijd iets in de doos zitten!"
Het meisje kreeg tranen in de ogen en zei: "Maar papa, de doos is niet leeg ik heb haar gevuld met kusjes, enkel voor jou!".
De vader was volledig van de kaart en omarmde zijn dochter, hopende zij hem ooit zijn opwindende reactie zou kunnen vergeven.
Enige tijd later, wordt het meisje door een ziekte getroffen en sterft. De vader heeft de doos nog steeds bij zich, dichtbij zijn bed.
Elke keer dat het verdriet de overhand neemt, neemt hij de doos vast en neemt een verbeelde kus uit de doos en herinnert zich aan de liefde dat zijn dochter in het cadeau had gestoken.
Tot slot herinnert ons dit verhaal aan het feit dat iedereen als mens zo een vergulde doos zou moeten bezitten, vol met onvoorwaardelijke liefde en kusjes van onze familie en vrienden.
Bestaat er eigenlijk wel een beter cadeau?
Wat je ook doet
Op een dag gingen een vader en zijn zoon op reis. Vader gaf er zelf de voorkeur aan te lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel.
Zo gingen zij op weg tot zij een paar mensen tegenkwamen die zeiden:" Zie daar de wereld op zijn kop. De jeugd heeft geen respect meer voor de ouderdom. Die gezonde jongen rijdt op een ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt."
Toen de jongen dit hoorde stond hem het schaamrood op de kaken. Hij stapte af en stond erop dat zijn vader verder zou rijden.
Zo liepen ze voort, Vader op de ezel en de jongen te voet. Even later kwamen ze weer mensen tegen die zeiden:"Moet je dat zien! Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen."
Na dit verwijt draaide de vader zich naar zijn zoon en zei:"Kom, dan zullen we samen op de ezel rijden."
Zo vervolgden ze hun weg, tot zij mensen tegenkwamen die zeiden:"Kijk , dat arme beest. Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen!"
Daarop zei vader tot zijn zoon:"Laten we afstappen. Het is beter dat we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken."
Zo liepen ze verder achter de ezel. Tot een stel voorbijgangers wederom commentaar leverde:"Zie wat een dwazen er op de wereld zijn. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten."
Vader draaide zich om naar zijn zoon en zei:"Je hebt gezien, mijn zoon. Hoe je je ook gedraagt, op- en aanmerkingen zullen altijd je deel zijn. Leer daarom je eigen mening te volgen."
Zelfbeheersing
Er was eens een jongen met weinig zelfbeheersing. Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan.
Uiteindelijk kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor.
Hij vertelde dit zijn vader en die stelde voor dat de jongen nu voor elke keer dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde.
De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen.
De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting. Hij zei:"Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer dezelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken het het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven."
Een verbale wond is even erg als een fysieke wond.
Twee zaadjes
Twee zaadjes liggen naast elkaar op een vruchtbare grond.
Zegt het ene zaadje tegen het andere: Ik wil groeien! Ik wil mijn wortels diep in de grond voelen en door de aardkorst heen naar boven uitbreken ... Ik wil mijn tere knoppen uitvouwen om de komst van de lente aan te kondigen. Ik wil de warmte van de zon op mijn gezicht voelen en de zegeningen van de morgendauw op mijn blaadjes!

Het zaadje groeide ...

Het tweede zaadje zei: Ik ben bang. Als ik mijn wortels naar beneden laat groeien, weet ik niet wat ik in het donker tegen zal komen. Als ik door de aardkorst heen breek, beschadig ik misschien mijn tere knoppen. En stel je voor dat ik mijn blaadjes uitrol en ze worden opgegeten door een slak. En als ik mijn bloesems open, komt er misschien een klein kind dat ze afplukt. Nee, ik kan maar beter wachten tot de kust veilig is.

Het zaadje wachtte ...

Toen kwam er een scharrelkip de hoek om, op zoek naar voedsel, vond het wachtende zaadje en peuzelde het op.

Wie weigert risico's te nemen en te groeien, wordt opgeslokt door het leven.
Een alpinist
"Een alpinist was van plan een berg te beklimmen. Hij wou de top in zijn eentje zodat alleen hij alle eer zou krijgen. Op een nacht was hij nog altijd aan het klimmen, maar plots glipt er een van de touwen tussen zijn vingers, en valt hij naar beneden. Tijdens zijn val ziet hij z'n hele leven als een film voorbij gaan. Plots blijft de man echter met een snok hangen. Het is donker, de man kan niets zien. Hij denkt na en is radeloos. Hij schreeuwt tot God en vraagt wat hij moet doen.

Opeens hoort hij een stem vanuit de hemel die zegt: "Denk je dat Ik je ga kunnen helpen?" De man zegt "Natuurlijk Heer, U kan alles! Alstublieft help mij!" " Ok zegt de stem, snij uw touw door!" De man kijkt omlaag, maar ziet niks. Hij denkt na? Hij is bang en twijfelt.

Enkele dagen later vinden speurders een bevroren lijk. Het lichaam hangt aan een koord dat rond zijn middel gebonden is. Het hangt twee meter boven de grond... "
Een schipper
"Een schipper was al voor de zoveelste keer uitgevaren op zee. Deze keer echter, had hij pech. Zijn schip lijdt schipbreuk. Evenwel, hij overleeft de ramp en spoelt aan op een eiland. Hij is zeer ongelukkig en vraagt zich af waarom dit net HEM moet overkomen.
Na enkele dagen heeft hij toch al wat meer moed en heeft hij al een hutje kunnen bouwen met een paar planken die aanspoelden en andere stukken van het gezonken schip. Hij kon zich zolang in leven houden door de vruchten die hij vond. Hij kon zelfs al vuur maken.
Op een dag besluit hij weer eens op zoek te gaan naar iets eetbaar en trekt de natuur in. Wanneer hij terugkomt merkt hij tot zijn grote verbazing dat zijn hutje in lichterlaaie staat. Hij probeert het vuur nog te doven, maar tevergeefs, er is niks meer aan te doen. Hij is eerst en vooral bedroefd, maar ook kwaad. Hij schreeuwt tot God: "Wat heb ik misdaan? Dit verdien ik toch niet? Eerst mijn boot, en net nu ik iets opgebouwd had, neemt U mij dit ook al af!" Wenend gaat de man slapen.
De volgende dag wordt hij gewekt door reddingswerkers. De man vraagt vol verbazing hoe ze hem gevonden hebben.
Waarop ??n van de mannen zegt: "Door de rooksignalen natuurlijk!"
Twee monniken en een vrouw
Twee monikken die op reis waren kwamen bij een rivier aan, waar ze een vrouw ontmoetten. Omdat de vrouw bang was voor de stroming in de rivier vroeg ze of de monniken haar naar de overkant wilden dragen. Een van de monniken aarzelde, maar de andere zette haar op zijn schouders, stak het water over en zette haar neer op de oever aan de overkant van de rivier. De vrouw bedankte hen en vertrok. Terwijl de monniken hun reis vervolgden, was de ene monnik in zichzelf gekeerd en aan het broeden. Niet meer in staat om het zwijgen te bewaren zei hij wat hem dwars zat. "Broeder, onze spirituele training leert ons elk contact met vrouwen te mijden, maar jij pakte haar op je schouders en droeg haar!"
"Broeder", antwoordde de andere monnik, "Ik heb haar neergezet aan de overkant, terwijl jij haar nog steeds bij je draagt."
Eerlijk delen
Er waren eens een leeuw, een ezel en een vos, die gezamenlijk op jacht gingen. Ze hadden succes en vingen een luipaard. De leeuw zei tegen de ezel: "Verdeel jij nu eerlijk de buit". En de ezel deelde scrupuleus nauwkeurig in drie gelijke delen, waarop de leeuw zo woedend werd, dat hij de ezel opat. Bleven over de leeuw en de vos. Zij gingen weer op jacht. Opnieuw hadden zij succes en 's avonds was er weer een luipaard gevangen. De leeuw zei tegen de vos: "Verdeel dat nu eens eerlijk".
De vos hield ??n oortje voor zich en de rest kwam aan de leeuw. Toen zei de leeuw: "jij hebt goede manieren, wie heeft je dat geleerd?" "De ezel", zei de vos.
De kruik die stuk was
Een waterdrager moet elke dag voor zijn meester naar de rivier om water te halen.
Aan weerszijden van zijn lichaam hing een kruik aan een houten juk.
De ene kruik was zo goed als nieuw, puntgaaf en zonder lek, de andere kruik was oud en gebarsten en hij verloor permanent water.

Bij thuiskomst blijkt de helft van deze kruik soms al leeg te zijn en dat deed de oude kruik veel verdriet.

Op een dag kan hij het niet meer voor zich houden en zegt tegen de waterdrager, meester ik schaam me zo.

Maar waarom dan toch, vraagt de waterdrager.
Omdat ik niet in de schaduw van uw andere kruik kan staan. Hij levert dagelijks de volle inhoud water af, terwijl ik onderweg steeds water verlies. O, maar dat wist ik immers al lang, antwoordt de waterdrager. En toch heb ik je al die tijd graag willen gebruiken.

Zijn die mooie bloemen langs de weg je dan niet opgevallen? Ze groeien alleen maar aan jouw kant.
Enige tijd geleden heb ik daar zaad uitgestrooid, jij hebt ze elke dag begoten en nu kan ik steeds een prachtig boeket plukken voor mijn heer.

Een tijdje komt er geen antwoord van de gebarsten kruik, zo heeft hij het nog nooit bekeken. Hij heeft die bloemen wel zien groeien, maar dat zijn meester hem bewust in dienst heeft gehouden en dat hij hem ondanks alle gebreken toch kan gebruiken, dat was nog nooit bij hem opgekomen.


Disclaimer.

De beheerder van deze site betracht uiterste zorgvuldigheid bij het vervaardigen, samenstellen en verspreiden van de informatie op deze website, maar kan op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid hiervan. De beheerder van deze site aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor schade op welke manier dan ook ontstaan door gebruik, onvolledigheid of onjuistheid van de aangeboden informatie op deze website.

De informatie op deze website kan zonder voorafgaande waarschuwing of kennisgeving worden gewijzigd.
Het auteursrecht op deze website berust bij de beheerder van deze site of bij derden die met toestemming dit (beeld)materiaal beschikbaar hebben gesteld. Vermenigvuldiging in wat voor vorm dan ook is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming.